Note 1 — NEGENDE HOOFDSTUK
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Men kon daar den geheelen langen dag staan, zonder dat een bark of een zeil er leven aan gaf. De enkele booten, de twee of drie stoombootjes, die van de zeekust kwamen, de tartanes1, die wijn van Sicilië brachten, ankerden alle aan den voet van den Aventinus. Verder was het niet meer dan een woestijn, dood water, waarin hier en daar een onbeweeglijke visscher zijn hengel hangen liet. Pierre zag iets naar rechts onder aan den ouden oever nooit iets anders dan een soort oude, overdekte, platte schuit, een half verrotte Arke Noachs, misschien was het een waschschuit, maar hij zag er nooit een levende ziel. Verder lag er nog op een modderachtig punt een gestrande sloep met een gebarsten zijde als een armzalig symbool, dat alle scheepvaart hier onmogelijk en opgegeven was. O, deze rivierruïne, die even dood was als de beroemde ruïne, waarvan zij het stof zoovele eeuwen lang bespoeld had! Nu was zij het moede! En wat riep zij niet voor den geest op? Eeuwen van geschiedenis, zoovele dingen, zoovele menschen, die de gele wateren weerspiegeld hadden, wier moeheid en walging zij overgenomen hadden, tot zij, in hun vurig verlangen naar het Niet, zoo zwaar, zoo stil, zoo eenzaam geworden waren.