← Table of contents
De drie steden

Note 1 — EERSTE HOOFDSTUK

Willem Jacob Aarland Roldanus translation

Het was 3 September, een Maandag, de hemel was helder, mild en wondermooi-doorschijnend. De koetsier, een klein, rond mannetje, met schitterende oogen en witte tanden, glimlachte, toen hij aan het accent een Franschen priester herkende. Hij legde de zweep over zijn paard en het rijtuig schoot dadelijk voort in den vluggen gang, die deze zoo zindelijke en vroolijke Romeinsche rijtuigjes kenmerkt. Maar bijna onmiddellijk nadat zij de boompjes van het kleine pleintje voorbijgereden en op het plein der Thermen1 gekomen waren, keerde hij zich om en wees, nog steeds glimlachend, wet zijn zweep op de bouwvallen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings