Note 18 — Tweede Dag. (continued 2)
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
Sinds de heerschappij over Rome van het Frankische Huis was overgegaan van de afstammelingen van Karel den Grooten op de Duitschers, ontstond er tusschen de Franken en eerstgenoemde natie een zeer groote vijandschap en een felle en voortdurende oorlog, waarvoor zoowel ten behoeve van de verdediging van zijn land als voor de ontvangen beleediging de koning van Frankrijk en een zijner zonen met alle macht uit hun gebied met bijna alle vrienden en verwanten, die zij bijeen konden brengen, een groot leger verzamelden om tegen de vijanden op te rukken. Voordat zij vertrokken, maakten zij om hun rijk niet zonder bestuur te laten Gautier d’Angers in hun plaats tot vicaris-generaal van het geheele fransche Koninkrijk en begaven zich op weg, want zij meenden, dat die een edel en wijs man en een getrouw vriend en dienaar was en hoewel vrij bedreven in de kunst van oorlogvoeren, scheen hij het hun nog meer voor die moeilijkheden dan voor dit werk. Gautier begon aldus, toen hij het ambt eenmaal aanvaard had, met verstand en orde over alles te spreken met de koningin en haar schoondochter en hoewel zij onder zijn hoede en jurisdictie18 waren gesteld, eerde hij ze toch steeds als zijn gebiedsters en meerderen. Deze Gautier was zeer schoon van gestalte, misschien veertig jaar oud en zoo beminnelijk en hoffelijk als eenig ander edelman maar zijn kon en bovendien was hij de aardigste en de meest kiesche ridder, die men toen kende en die het meeste zorg besteedde aan zijn uiterlijk. Toen de koning van Frankrijk en zijn zoon al naar den oorlog waren, waarvan ik gesproken heb, en de vrouw van Gautier stierf, die hem zonder meer slechts een jongen en een meisje, nog zeer jong naliet, liet de vrouw van den zoon des konings, terwijl hij het hof van die vorstinnen bezocht en met hem vaak over de staatszaken sprak, de oogen op hem rusten, beschouwde met groote genegenheid zijn persoon en zijn manieren en ontbrandde voor hem in felle, verborgen liefde.