Note 21 — Derde Dag. (continued 2)
J. K. (Jacques Karel) Rensburg translation
Dus om tot het feit te komen, zeg ik, dat in de stad Capsa21 in Barbarije vroeger een zeer rijk man leefde, die behalve eenige zoons een schoone en lieve dochter had, die Alibek heette. Deze was geen Christin en daar zij van vele Christenen, die in de stad waren, het christelijk geloof en het dienen van God hoorde roemen, vroeg zij op een goeden dag aan een er van op welke wijze en hoe men het gemakkelijkst God kon dienen. Deze antwoordde haar, dat diegenen God het best dienden, die vooral de wereldsche zaken ontvluchtten gelijk zij deden, welke zich in de eenzaamheid der woestijnen van Thebaïda hadden terug getrokken. Het meisje, dat hoogst eenvoudig was en misschien veertien jaar oud, ging niet door een zelfbewust maar door een kinderlijk verlangen zonder er iemand iets van te laten merken, den volgenden morgen naar de woestijn van Thebaïda22 geheel alleen in ’t geheim en met groote inspanning den honger verdurend bereikte zij na eenige dagen die eenzame oorden. Zij zag van verre een huisje, ging er heen en vond op den drempel een heiligen man, die verwonderd haar te zien haar vroeg wat zij daar kwam zoeken. Zij antwoordde, dat zij door een ingeving van God in Zijn dienst zocht te komen en dat hij haar zou leeren, hoe het haar paste Hem te dienen. De waardige man, die haar jong en zeer schoon vond en vreesde, dat hij, als hij haar hield, door den duivel zou worden verleid, prees haar goede gezindheid en nadat hij haar eenige wortels had te eten gegeven en wilde appels en dadels en wat water om te drinken, zeide hij: Mijn dochter, niet ver van hier woont een heilig man, die in de dingen, welke gij zoekt meer meester is dan ik; gaat gij naar hem toe. Zij begaf zich op weg. Zij kwam bij hem en nadat zij dezelfde woorden vernam en verder ging, kwam zij aan de cel van een jongen kluizenaar, een zeer vroom en goed man, die Rustico heette en zij vroeg hem, wat zij ook de anderen gevraagd had.