Note 1 — Zeventiende Hoofdstuk.
Reading edition
Nog denzelfden nacht liet de graaf de invloedrijkste aanhangers van den prins door zijne handlangers in hechtenis nemen. Den volgenden morgen, met het aanbreken van den dag, liet hij de voornaamste pleinen en straten door een hoop omgekocht gespuis bezetten, aan wiens hoofd hij zelf zich plaatste. Door het rumoer gewekt, snelden de leden der stedelijke overheid, en onder hen ook de burgemeester Hildebrand, naar het stadhuis. Hildebrand wendde zich tot Rennenberg, die geharnast op het plein stond, doch eer hij nog een woord spreken kon, was hij door een pistoolschot van een aanhanger des graven levenloos aan diens voeten uitgestrekt. Een paar dagen later vaardigde Rennenberg eene proclamatie uit, waarin hij verklaarde, dat de stad Groningen tot gehoorzaamheid aan den koning teruggekeerd was.1