← Table of contents
De Dageraad der Volksvrijheid

Note 1 — Twintigste Hoofdstuk.

Reading edition

Ook in de overige provinciën maakte de hertog van Parma groote vorderingen, dewijl de Staatsche veldheer, de graaf van Hohenlohe, volstrekt niet de noodige bekwaamheid bezat om de ongeoefende Nederlandsche troepen tot een krachtig en geoefend leger te vormen. Verschillende belangrijke steden, onder anderen ook Nijmegen, gaven zich zonder slag of stoot aan Parma over, dewijl de katholieke burgers door oproerige bewegingen den magistraat tot de overgave noodzaakten1. Van het grootste belang was het voor Parma, ook Antwerpen weer aan ’s konings macht te onderwerpen. Hij zelf zeide, dat de rijke handelsstad de voedster van den krijg was, dat hij de bijl aan den wortel des booms wilde leggen en dat, zoodra Antwerpen gevallen was, ook Holland en Zeeland moesten volgen. Deze beide provinciën, die het hart van den opstand waren, wilde Farnese door de grootst mogelijke inschikkelijkheid, zelfs door het toestaan van de gewetensvrijheid voor zich winnen, doch opdat zijne aanbiedingen door de Hollanders en Zeeuwen ten volle gewaardeerd zouden worden, was het noodzakelijk, eerst Antwerpen te heroveren, en tot deze onderneming spande Farnese dan ook al zijne krachten in.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings