Note 10 — HET LEVEN VAN CONFUCIUS.
Reading edition
Confucius kon op den duur aan een hof als dat van Wei niet lang met behoud van zijn waardigheid blijven. Op zekeren dag reed de hertog met de vrouw Nan Tszʼ in ’t openbaar door de straten van de hoofdstad, en beval Confucius in een wagen achter hem te volgen. Het volk begreep dadelijk, wat de vorst hiermede bedoelde, en welke positie hij aan den wijze toekende, en het riep ontevreden uit: „Lust vóórop, en de deugd achteraan!” Toen was Confucius beschaamd, en hij zeide smartelijk: „Ik heb nog niemand gezien, die de deugd even liefheeft als de schoonheid.”10