Note 99) — TWEEDE HOOFDSTUK.
Reading edition
Van Maanen zeide het, „naar zijn verstandelijke overtuiging”, met Mollerus eens te zijn, maar stemde „uit billijkheid” met den voorzitter; eveneens verklaarde zich van der Duyn. Hierop veranderde de Coninck, die eerst tegen gesproken had, maar vóór stemde.