Note 11 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.—SLOT.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Hoewel de wilden tegenwoordig uiterst losbandig zijn, en hoewel communale huwelijken vroeger in hooge mate mogen hebben geheerscht, zoo bestaat toch bij vele stammen de eene of andere vorm van huwelijk, maar van een veel losser aard dan bij beschaafde volken. Veelwijverij (polygamie) is, zooals juist werd aangevoerd, bijna algemeen in zwang bij de opperhoofden in elken stam. Desniettemin zijn er stammen welke bijna aan den voet van de ladder staan, die streng eenwijvig (monogaam) zijn. Dit is het geval met de Veddah’s van Ceylon; zij hebben, volgens Sir J. Lubbock11, een spreekwoord, „dat alleen de dood vrouw en man kan scheiden.” Een verstandelijk goed ontwikkeld opperhoofd uit Kandy, natuurlijk een polygamist, „ergerde zich in hooge mate over de uiterste barbaarschheid van slechts met ééne vrouw te leven en haar nooit te verlaten, voor men door den dood van haar wordt gescheiden.” Het was, zeide hij, „juist als bij de Wanderoe apen.” Of wilden die tegenwoordig den eenen of anderen vorm van huwelijk, hetzij veelwijvig (polygaam) of eenwijvig (monogaam), bezitten, die gewoonten van uit oorspronkelijke tijden hebben behouden, dan wel, of zij tot den eenen of anderen vorm van huwelijk zijn teruggekeerd, na een toestand van algemeene vrije vermenging te hebben doorloopen,—daarover waag ik het niet vermoedens uit te spreken.