← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 23 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DEN MENSCH.—SLOT.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

„Contributions to the Theory of Natural Selection”, 1870, blz. 346. De heer Wallace gelooft (blz. 350), „dat de eene of andere intelligente kracht de ontwikkeling van den mensch heeft geleid of bepaald”; en hij beschouwt den haarloozen toestand der huid als een deze meening steunend feit. De weleerw. heer T. R. Stebbing merkt, commentariën op deze meening makende („Transactions of Devonshire Assoc. for Science”, 1870), op, dat, wanneer de heer Wallace „zijn gewone scherpzinnigheid in het vraagstuk van de onbehaardheid van ’s menschen huid had gebruikt, hij wellicht de mogelijkheid zou hebben ingezien, dat zij wegens haar meerdere schoonheid of wegens de gezondheid die het gevolg van meerdere zindelijkheid is, kon zijn gekozen. In elk geval is het bevreemdend, dat hij zich zelfs een hoogere intelligentie kan voorstellen, bezig met haar uit de ruggen te plukken (voor welke het volgens zijn eigen schildering nuttig en noodig zou zijn geweest), opdat de afstammelingen van die arme geschoren drommels na vele sterfgevallen ten gevolge van koude en vochtigheid in den loop van vele generaties”, zouden zijn gedwongen hooger te stijgen op de ladder der beschaving door de uitoefening van onderscheidene kunsten op de door den heer Wallace aangegeven wijze. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings