← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 37 — SECUNDAIRE SEKSUEELE KENMERKEN BIJ DE VOGELS—SLOT.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ik heb de volgende gevallen uit Audubon’s „Ornith. Biography” opgeteekend. De roodstaart van Amerika (Muscicapa ruticilla), vol. I, blz. 203. De Ibis tantalus gebruikt vier jaren om tot volle rijpheid te komen, maar broeit somtijds in het tweede jaar (vol. III, blz. 133). De Grus Americana gebruikt den zelfden tijd; maar broeit, voor zij haar volkomen gevederte verkrijgt (vol III, blz. 211). De volwassenen van Ardea coerulea zijn blauw en de jongen wit; en men kan witte, gevlekte en volwassen blauwe vogels allen te zamen zien broeien (vol. IV, blz. 58); de heer Blyth deelt mij echter mede, dat sommige reigersoorten tweevormig (dimorphisch) schijnen te zijn, want dat men witte en gekleurde vogels van den zelfden leeftijd kan waarnemen. De harlekijn-eend (Anas histrionica, Linn.) heeft drie jaren noodig om haar gevederte te verkrijgen, hoewel vele vogels in het tweede jaar broeien. De witkoppige adelaar (Falco leucocephalus, vol III, blz. 210) is eveneens op onvolwassen leeftijd broeiende waargenomen. Sommige soorten van Wielewalen (Oriolus) broeien (volgens den heer Blyth en den heer Swinhoe, in „Ibis”, Juli, 1863, blz. 68) eveneens, voor zij hun volkomen gevederte verkrijgen. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings