← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 2 (van 2)

Note 2 — ALGEMEEN OVERZICHT EN BESLUIT.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Ongetwijfeld vertoont de mensch, zoo goed als elk ander dier, inrichtingen die, voor zoover wij met onze geringe kennis kunnen oordeelen, hem tegenwoordig van volstrekt geen dienst zijn, en dat ook niet zijn geweest gedurende eenig vroeger tijdperk van zijn bestaan hetzij ten opzichte van zijn algemeene levensvoorwaarden of van de betrekking van de eene sekse tot de andere. Dergelijke inrichtingen kunnen niet worden verklaard door eenigen vorm van teeltkeus, noch door de overgeërfde gevolgen van het gebruiken en niet-gebruiken van deelen. Wij weten echter, dat vele vreemde en sterk uitgedrukte bijzonderheden van maaksel zich nu en dan bij onze huisdieren vertoonen, en indien de onbekende oorzaken die ze voortbrengen, er toe kwamen om meer eenvormig te werken, zouden zij waarschijnlijk gemeen worden aan al de individu’s van de soort. Wij mogen hopen, dat wij later iets zullen begrijpen van de oorzaken van dergelijke nu en dan voorkomende wijzigingen, voornamelijk door de studie van monstruositeiten; daarom is de arbeid van proefnemende natuuronderzoekers, zooals die van Camille Dareste (2), vol van belofte voor de toekomst. In het grootste aantal gevallen kunnen wij alleen zeggen, dat de oorzaak van elke geringe afwijking (variatie) en van elke monstruositeit veel meer ligt in den aard en het gestel van het organisme, dan in den aard der omringende levensvoorwaarden: hoewel nieuwe en veranderde levensvoorwaarden ongetwijfeld een belangrijk aandeel hebben in het opwekken van organische veranderingen van allerlei aard.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings