← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 2 — Wallace over de hoogste geestvermogens van den Mensch,

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Dat Wallace, de zelfstandige mede-opsteller van Darwin’s theorie en een der scherpzinnigste natuuronderzoekers die ooit hebben geleefd, spiritist is, en wel spiritist met hart en ziel in de meest uitgestrekte beteekenis van dat woord, is boven elken twijfel verheven. Dat hij aan spookhuizen en de verschijning van spoken daarin, aan het verschijnen van geesten van afgestorvenen om hun bloedverwanten hun dood aan te kondigen, aan het dierlijk magnetisme met inbegrip van helderzienheid (clairvoyance), aan odkracht enz. enz. gelooft, niet minder. Daarentegen is hij geen aanhanger der zoogenaamde reïncarnatieleer, (d.i. de leer der zielsverhuizing, der wedergeboorte in een nieuw menschelijk lichaam op aarde), maar neemt aan dat de menschelijke ziel zich na den dood in de geestenwereld tot het oneindige kan ontwikkelen, en er dus een zeer groot aantal geesten van verschillenden ontwikkelingsgraad bestaan, die de gaping tusschen mensch en God aanvullen. „De groote wet der continuïteit of van den samenhang van alles (als de laatste uitspraak der moderne wetenschap, welke in alle sferen der stof, der kracht en des geestes, zoover wij ze kunnen doorvorschen, absoluut schijnt te zijn) kan”, zegt Wallace aan het slot van het voorwoord van zijn werk „The Scientific Aspect of the Supernatural”, „onmogelijk ophouden te gelden, zoodra wij ons boven de enge sfeer van onzen gezichtseinder verheffen. Er kan geen oneindige afgrond bestaan tusschen den mensch en den grooten Geest van het Heelal; een dergelijke hypothese komt mij in de hoogste mate onwaarschijnlijk voor.”2

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings