Note 8 — OVER DEN OORSPRONG DER SPRAAK EN TAAL,
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Zoo heeft het Engelsche woord deer de beteekenis van hert, reeds zeer vroeg in Germanië het voornaamste jachtdier, en zal dit wellicht de oorspronkelijke beteekenis zijn, terwijl in het verwante Nederlandsch en Hoogduitsch dier en Thier tegenwoordig een dier, meer in ’t bijzonder een viervoetig dier, in het algemeen beteekenen. Een omgekeerde verschuiving zien wij als de boer onder „beesten” eenvoudig koeien verstaat. ↑