Note 3 — OVER DEN OORSPRONG DER SPRAAK EN TAAL,
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Lippert spreekt van „jodeln”, een onvertaalbaar woord, dat echter onze meeste lezers wel zullen verstaan; het drukt een eigenaardige wijze van zingen uit, die bij vele Alpenbewoners, o.a. de Tyrolers in zwang is, en waarvan het eigenaardige in den overgang uit de borsttonen in de falsetstem bestaat. Het is een melodieuse uiting van levenslust, die door de zuivere Alpenlucht zoo gemakkelijk wordt opgewekt. ↑