Note 8 — OVER DEN OORSPRONG DER SPRAAK EN TAAL,
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Het zou niet te verwonderen zijn geweest als de Otaheitiër, toen hij meer viervoetige dieren leerde kennen en zich zoodoende langzamerhand een begrip vormde van een „viervoetig huisdier” in het algemeen, daarvoor den naam „zwijn” gekozen en zoodoende de bestaande betrekking tusschen het woord en het begrip verschoven had.8