Note 60 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Drie jaren geleden beschreven de Belgische geleerden M. Fraipont en M. Lohest60 twee menschelijke skeletten, in Juni 1868 in het hol „Betche aux Roches” bij Spy (provincie Namen) met beenderen van diluviale zoogdieren (mammouth, neushoorn, holenhyena enz.) gevonden en wier schedels geheel overeenkwamen met den Neanderdalschedel. De onderkaken dezer skeletten komen zeer goed overeen met den vorm, dien Schaaffhausen aan de onderste helft van het gelaat van den door hem gereconstrueerden Neanderdalmensch heeft gegeven. Zij hebben geen kin, zijn plomp, van voren 41 m.M. hoog, de naar boven gaande tak vormt met het lichaam der onderkaak een rechten hoek. In haar voornaamste kenmerken stemmen die onderkaken geheel met die van la Naulette en Schipkahol overeen. Uit den eigenaardigen vorm van het dijbeen en het kniegewricht besluiten Fraipont en Lohest, dat de Spymenschen, en ongetwijfeld ook de Neanderdalmensch niet volkomen rechtop hebben geloopen, maar veeleer op de wijze der anthropomorphe apen met eenigszins gebogen knieën. Armen en beenen waren kort, de lichaamshoogte ongeveer die der tegenwoordige Laplanders.