← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 59 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

In de grot van Eyzies (Périgord) zijn door Lartet fils menschenbeenderen uit het tijdperk van den mammouth gevonden, die voor het meerendeel van drie individu’s afkomstig waren, en ook door Broca onderzocht zijn. Vooral de scheenbeenderen en ellepijpen van deze individu’s zijn hoogst merkwaardig. „Deze scheenbeenderen”, zegt Broca59, „vertoonen in de hoogste mate dien op het lemmet van een sabel gelijkenden vorm, welke het gevolg is van een zijdelingsche afplatting, en de scheenbeenderen der groote apen kenmerkt. Wij kennen dit kenmerk reeds, dat wij voor het eerst in Mei 1864 hebben opgemerkt aan de scheenbeenderen uit het dolmen van Chamant (Oise), vervolgens bij die van het dolmen van Maintenon (Eure-et-Loir) en dat men overigens, zoowel in Frankrijk als in den vreemde, bij een groot aantal scheenbeenderen uit het tijdperk der geslepen steenen werktuigen heeft teruggevonden …”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings