Note 56 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
„Het lichaam van de onderkaak der anthropomorphe apen onderscheidt zich van dat van menschelijke onderkaken door de volgende kenmerken: 1o. Het volstrekt ontbreken van de kin; als men de streek van de kin in profil beziet, beschrijft zij, in plaats van vooruit te steken, een sterk naar achteren buigende bocht; 2o. Het volstrekt ontbreken der vier apophyses genianae56; en niet alleen ontbreken deze, maar zij worden vervangen door een holte, in welke de kintongspier (musculus genioglossus) zich vasthecht; 3o. Zeer groote dikte van het lichaam van de kaak in vergelijking met zijn hoogte; 4o. Elliptische vorm van den tandboog, wiens beide takken in plaats van parabolisch, dat wil zeggen divergent te zijn, zooals bij den mensch, integendeel naar achteren toe op de wijze van een hoefijzer convergent worden, zoodat de laatste kies dichter bij de mediaanlijn57 ligt, dan de eerste; 5o. Aanmerkelijke grootte en breedte van den hoektand, in vergelijking met de afmetingen der naburige tanden; 6o. Eindelijk is, juist andersom als bij den mensch, waar het volumen der ware kiezen afneemt van de eerste tot de tweede en van de tweede tot de kies van verstand, de eerste ware kies der apen kleiner dan de tweede en deze wederom kleiner dan de derde.”