Note 54 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Huxley zegt van dezen schedel o.a. het volgende: „Hoe men dezen schedel ook moge beschouwen, overal zien wij apen-kenmerken, die hem tot den aapachtigsten van alle bekende schedels maken”; en wat verder: „De Neanderdalbeenderen kunnen echter op geenerlei wijze worden beschouwd als overblijfselen van een menschelijk wezen, dat het midden houdt tusschen mensch en aap. Zij bewijzen het bestaan van een mensch, van wiens schedel men kan zeggen, dat hij eenigermate tot den apentypus terugkeert, zooals bij sommige tuimelaars54 de vederen van hun oorspronkelijk ras, de wilde duif (Columba livia) zich opnieuw vertoonen.”