Note 53 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Van den Neanderdalschedel (Fig. 5) zijn slechts het voorhoofdsbeen, de beide wandbeenderen, een gedeelte van een slaapbeen en het bovenste gedeelte van het achterhoofdsbeen bewaard gebleven. Hij kenmerkt zich door een buitengewone ontwikkeling der voorhoofdsboezems, dat wil zeggen, door het sterk vooruitspringen der wenkbrauwbogen, die door een diepe groeve van het voorhoofd gescheiden zijn (dit is ook een kenmerk der anthropomorphe apen), de schedelbeenderen zijn buitengewoon dik, het voorhoofd is smal en zoo weinig ontwikkeld, dat het bijna de helft overschrijdt van den afstand, die in dit opzicht tusschen een hedendaagsch Europeaan en een volwassen53 chimpanzee bestaat (Fig. 6); zulk een mensch zou, bij zijn leven gezien, bijna geen voorhoofd hebben vertoond; de indrukken der kauwspieren op de slaapbeenderen zijn zeer ontwikkeld, hetgeen op een groote ontwikkeling der kaken wijst.