← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 32 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Het fijne, wollige haar, het zoogenaamde lanugo, waarmede de menschelijke foetus gedurende de zesde maand dicht bedekt wordt, levert een nog opmerkenswaardiger geval op. Het ontwikkelt zich eerst in de vijfde maand, op de wenkbrauwen en op het gelaat, voornamelijk rondom den mond, waar het veel langer is dan op het hoofd. Eschricht32 vond een knevel van deze soort bij een vrouwelijken foetus; dit is evenwel niet zoo verwonderlijk, als men op het eerste gezicht zou denken, want de twee seksen hebben, wat uiterlijke kenmerken aangaat, gedurende het eerste tijdperk van hun ontwikkeling over het algemeen veel overeenkomst met elkander. De richting en rangschikking der haren zijn op alle deelen van het lichaam van den foetus de zelfde als bij den volwassen mensch, maar zijn aan veel verschil onderhevig. De geheele oppervlakte, zelfs voorhoofd en ooren daaronder begrepen, is dicht met haar bezet; maar het is een veelbeteekenend feit, dat de palmen der handen en de voetzolen geheel kaal zijn, evenals de onderste deelen van alle vier de ledematen bij de meeste lagere dieren. Daar dit alles moeielijk aan een toevalligen samenloop van omstandigheden kan worden toegeschreven, moeten wij de wollige bedekking van den foetus beschouwen als de rudimentaire vertegenwoordiger van het blijvende harige bekleedsel der zoogdieren, die behaard ter wereld komen. Er zijn drie of vier gevallen opgeteekend van personen, die bij hun geboorte hun geheele lichaam en gelaat dik bedekt hadden met fijne, lange haren; en deze vreemde toestand is in hooge mate erfelijk en gaat gepaard met een abnormalen toestand der tanden.33 Prof. Alex. Brandt bericht mij, dat hij het haar van een zoodanig man, vijf-en-dertig jaren oud, heeft vergeleken met het wolhaar van een foetus, en het geheel gelijksoortig heeft bevonden; daarom kan, naar hij opmerkt, het geval worden toegeschreven aan een stilstand in de ontwikkeling van het haar, gepaard met het voortdurend groeien daarvan. Een dokter van een kinderhospitaal heeft mij verzekerd, dat bij vele teêre kinderen de rug met vrij lange zijdeachtige haren bedekt is; en zulke gevallen behooren waarschijnlijk tot de zelfde categorie.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings