Note 30 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De mensch verschilt zeer van al de andere Primaten, doordat hij bijna geheel onbehaard is. Over het grootste gedeelte van het lichaam vindt men bij den man slechts enkele korte haren, hier en daar verspreid; bij de vrouw slechts fijn dons. Bij individu’s, die tot het zelfde ras behooren, vindt men veel verschil in behaardheid, niet alleen wat het getal der haren aangaat, maar ook in de plaats waar zij groeien; zoo zijn de schouders van sommige Europeanen geheel kaal, terwijl zich daarop bij andere dikke bossen haar vertoonen.30 (20) Het valt bijna niet te betwijfelen, of de haren, die zoo ongelijk over het lichaam verspreid zijn, zijn slechts rudimenten van het harig bekleedsel, dat de lagere diersoorten geheel bedekt. Deze voorstelling krijgt te meer waarschijnlijkheid, wanneer men bedenkt, dat fijne, korte, licht gekleurde haren op armen en beenen en andere lichaamsdeelen nu en dan overgaan in „dicht opeenstaande, lange, eenigszins grove, donkere haren”, wanneer zij abnormaal worden gevoed dicht bij plekken, die zich sinds lang in ontstoken toestand bevinden.