Note 21 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Men heeft in vele deelen van het menschelijk lichaam rudimenten van verschillende spieren opgemerkt21; en niet weinige spieren die bij de eene of andere lagere diersoort steeds aanwezig zijn, kan men nu en dan bij den mensch in zeer verkleinden toestand waarnemen. Iedereen moet hebben opgemerkt, dat verscheidene dieren, vooral paarden, het vermogen bezitten om hun huid te bewegen of te doen trillen; dit wordt veroorzaakt door den panniculus carnosus. Overblijfsels van deze spier, en in werkzamen toestand, worden in verschillende deelen van ons lichaam gevonden; b.v. op het voorhoofd dat—waardoor de wenkbrauwen worden in de hoogte gebracht. De platysma myoides, die in den hals zeer ontwikkeld voorkomt, behoort ook tot dit stelsel, maar kan niet willekeurig in beweging worden gebracht. Prof. Turner te Edinburgh heeft nu en dan, naar hij mij meêdeelde, op vijf verschillende plaatsen, namelijk in de oksels, bij de schouders enz., spierbundels ontdekt, die allen tot het stelsel van den panniculus moeten worden teruggebracht. Hij heeft ook aangetoond22, dat de musculus sternalis of sternalis brutorum, die geen verlenging van den rectus abdominalis, maar zeer nauw met den panniculus verwant is, over meer dan 600 lichamen berekend, in een verhouding van ongeveer 3 perct. voorkwam. Hij voegt er bij, dat „deze spier een uitstekend voorbeeld geeft van het feit, dat toevallig voorkomende en rudimentaire organen bijzonder onderhevig zijn aan verscheidenheid in hun ligging.