Note 19 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
Het niet-gebruiken gedurende dat tijdperk in het leven, waarin een orgaan hoofdzakelijk gebruikt wordt, en dit is meestal de volwassen leeftijd, gepaard aan overerving in een overeenkomstig levenstijdperk, schijnen de hoofdoorzaken te zijn geweest van het rudimentair worden van organen. De term „niet-gebruiken” heeft niet alleen betrekking op de verminderde werking der spieren, maar sluit ook in zich een verminderden toevoer van bloed naar een deel of orgaan, omdat het aan minder afwisseling van drukking onderworpen, of omdat het in een of ander opzicht op den duur minder in werking is gebracht. Bij de ééne sekse kunnen echter deelen in rudimentairen toestand voorkomen, die bij de andere sekse in normalen toestand te vinden zijn; en zulke rudimentaire organen zijn, zooals wij later zullen zien, dikwijls op een andere wijze ontstaan. In sommige gevallen zijn organen kleiner geworden door natuurlijke teeltkeus, omdat zij voor de diersoort, die een andere levenswijze had aangenomen, nadeelig werden. Het verkleiningsproces wordt waarschijnlijk dikwijls in de hand gewerkt door de twee beginselen van compensatie (16) en spaarzaamheid van groei; maar de laatste stadiën van de verkleining, nadat onbruik alles heeft gedaan, wat men er billijkheidswijze aan kan toeschrijven, en wanneer de besparing, die door spaarzaamheid van groei kan worden verkregen, zeer gering is, zijn moeilijk te begrijpen.19 Het voorgoed en geheel en al verdwijnen van een deel, dat reeds nutteloos en zeer in omvang verminderd was, in welk geval noch compensatie noch spaarzaamheid in het spel kunnen komen, is misschien verklaarbaar met behulp van de hypothese van de pangenesis, en waarschijnlijk op geen andere wijze. Maar, daar het geheele onderwerp der rudimentaire organen uitvoerig is behandeld en toegelicht in mijn vorige werken20, behoef ik daarover niets meer te zeggen.