← Table of contents
De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2)

Note 12 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.

H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation

Na de voorgaande getuigenissen, afgelegd door zoo groote autoriteiten, zou het overtollig zijn, als ik van mijn zijde een groot aantal nageschreven bijzonderheden mededeelde om aan te toonen, dat de menschelijke embryo zeer veel op dien van andere zoogdieren gelijkt. Er dient echter te worden bijgevoegd, dat de menschelijke embryo eveneens in verschillende bijzonderheden van zijn maaksel gelijkt op sommige lagere vormen, wanneer deze volwassen zijn. Zoo bestaat b.v. het hart eerst slechts uit een eenvoudig kloppend vat; de uitwerpselen worden door een cloaca (15) ontlast, en het koekoeksbeen (os coccyx) steekt uit als een ware staart, „zich aanmerkelijk voorbij de rudimentaire beenen uitstrekkende.”12 Bij de embryo’s van alle luchtademende gewervelde dieren komen zekere klieren, de corpora Wolffiana genaamd, overeen met de nieren van volwassen visschen en hebben de zelfde functie.13 Zelfs in een later tijdperk van de embryonale ontwikkeling kan men sommige treffende punten van overeenkomst tusschen den mensch en de lagere dieren opmerken. Bischoff zegt, dat de hersenwindingen bij een menschelijken foetus aan het einde van de zevende maand ongeveer de zelfde mate van ontwikkeling bezitten, als bij een volwassen baviaan.14 Prof. Owen merkt op15, dat de groote teen, „die bij het staan of loopen het steunpunt vormt, wellicht de meest karakteristieke bijzonderheid in het maaksel van den mensch is”; maar in een embryo van ongeveer 2.5 c.M. lengte vond Prof. Wyman16, „dat de groote teen korter dan de anderen was, en in plaats van evenwijdig met hen te loopen, aan de zijde van den voet met een hoek uitstak, op deze wijze overeenkomende met den blijvenden toestand van dit deel bij de vierhandige zoogdieren.” Ik wil besluiten met een aanhaling van Huxley17, die na te hebben gevraagd of de mensch op een andere wijze ontstaat dan een hond, vogel, kikvorsch of visch, zegt: „Het antwoord is geen oogenblik twijfelachtig; zonder quaestie zijn de wijze van ontstaan en de vroege ontwikkelingstrappen van den mensch gelijk aan die van de dieren die op de ladder onmiddellijk beneden hem staan: zonder twijfel staat hij in dit opzicht veel dichter bij de apen, dan de apen bij den hond.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings