Note 11 — DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.
H. (Hermanus) Hartogh Heys van Zouteveen translation
De menschelijke embryo (bovenste fig.) is naar Ecker, „Icones Phys.”, 1851–1858, tab. XXX, fig. 2. Deze embryo was 21 m.M. lang, zoodat de teekening veel vergroot is. De embryo van den hond is naar Bischoff, „Entwicklungsgeschichte des Hunde-Eies”, 1845, tab. XI, fig. 42 B. Deze teekening is vijfmalen vergroot; de embryo was 25 dagen oud. De ingewanden zijn niet geteekend, en de aanhangsels die in den uterus met den embryo zijn verbonden, bij beide teekeningen weggelaten. Ik werd op deze figuren gebracht door Prof. Huxley, aan wiens boek „Man’s Place in Nature” het denkbeeld om ze te geven is ontleend. Ook Haeckel heeft in zijne „Schöpfungsgeschichte” dergelijke teekeningen gegeven. ↑