Note 1 — III. De archipel van Tahiti.
Reading edition
Al de eilanden binnen en langs den omtrek van dien wijden veelhoek zijn bewoond door een koperkleurig ras, dat zich van de naburige volksstammen kennelijk onderscheidt door de kleur zijner huid, de schoonheid zijner vormen, door zijne ver boven het middelmatige reikende gestalte, en door de over het algemeen zachte en vriendelijke uitdrukking zijner gelaatstrekken: dit laatste natuurlijk alleen voor zoover men zich niet, ten einde er verschrikkelijk uit te zien, het gelaat op kunstmatige en vaak pijnlijke wijze misvormt, hetzij door zich te tatouëeren of met schelle kleuren te beschilderen. Deze eilanders zijn aanstonds op het eerste gezicht kenbaar als behoorende tot dezelfde familie, die zij, volgens hunne verschillende dialekten, met den naam van mahori of mahoi noemen.1