Note 1 — Inleiding.
H. J. Boeken translation
Van toen aan zeg ik dat de Liefde1 heer was in mijne ziel, de welke van stonde aan hem was toegewijd, en begon over mij te nemen zóó groote zekerheid en zóó groote heerschappij, door het vermogen hetwelk hem gaf mijne verbeelding, dat mij geviel te doen volkomenlijk alle zijn behagen.”