Note 2 — WOLKVLEUGEL, DE ADELAAR.
Cilia Stoffel translation
Dat was vlak nadat we het groote meer bereikt hadden, waar ik hem den vischarend had zien berooven. Na lang zoeken en rondloeren ontdekte ik een grooten boomstam aan den uitgang, waar de oude Witkop dikwijls zat. Er dicht bij was een groote draaikolk, op den rand van een ondiep gedeelte, en hij placht op den stam te zitten wachten tot er visch kwam, daar waar hij in ’t water kon waden om ze te vangen. Er heerschte dat jaar een ziekte onder de zuigvisschen2 (die geregeld om de paar jaar heerscht, evenals onder de konijnen) en dan kwamen ze uit het diepe water naar boven kronkelen om op ’t zand uit te rusten—en werden door otters en vischarenden en beren en den ouden Witkop gegrepen, die alle hongerig op visch wachtten.