← Table of contents
Boschgeheimen

Note 3 — DE BOSCHMUIS.

Cilia Stoffel translation

Zij was de schuwste en tegelijk de brutaalste van het troepje. Een paar dagen lang naderde zij met wonderlijke behoedzaamheid; van elk dor blad, van elk wortelkluwen maakte zij gebruik om haar nadering te verbergen, en over de open plaatsen schoot zij zoo snel, dat je niet wist wat er gebeurd was—slechts een donker veegje, dat eindigde in niets. En het bruine blad verried niets van wat het verborg. Maar eenmaal zeker van haar zaak, kwam zij brutaal. Voor dat groote mensch-dier, met zijn gezicht dicht bij de muizentafel, doodstil, behalve zijn oogen, met een hand die voorzichtig bewoog, als ze bewoog, hoefde zij niet bang te wezen—dat voelde Tookhees instinctmatig. En dat vreemde vuur met die hongerig-makende geuren, de witte tent, het komen en gaan van menschen, die heer en meester in de bosschen waren, hielden vos en lynx en uil op een grooten afstand—dat merkte zij na een paar dagen. Alleen de „mink”3, die ’s nachts aan kwam sluipen om de visch van den man te stelen, dat was er een om bang voor te zijn. Dus gaf Tookhees voorloopig haar nachtelijke gewoonten op en kwam zij brutaal in ’t zonlicht voor den dag. Gewoonlijk komen de beestjes in de schemering te voorschijn, als hun snelle bewegingen te loor gaan in de kruipende, bevende schaduwen. Maar als hun vrees gevlogen is, zijn ze maar wat blij in ’t daglicht rond te kunnen draven, vooral wanneer allerlei lekker eten hen lokt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings