← Table of contents
Boschgeheimen

Note 5 — DE BOSCHMUIS.

Cilia Stoffel translation

Vliegen gaven niets. Ik bood er haar een boekvol van aan in alle verscheidenheid van vorm en kleur, bij ’t uchtendkrieken en in de schemering, zonder haar in verzoeking te brengen. Ik probeerde larven, waar baars van houdt, een kikkerpoot, dien geen snoek kan weerstaan, en kikkertjes, zulke waarop groote forellen tusschen licht en donker te midden der leliebladen jagen—maar niets kon haar bekoren. En toen watertorren en ’t staartpuntje van een rooden eekhoorn, wat ’t beste vischaas ter wereld is, en spartelende sprinkhanen en een „zilveren-lepel”5 met een leelijk „stel” haken, die ik verafschuw, en ik herinner me dankbaar dat de forellen die ook verafschuwden. Daar lagen ze in hun groote, koele draaikolk en namen lui wat de stroom hun aan voedsel toevoerde en hadden geen aandacht voor eenigerlei list. Daarop ving ik stroomop een roodvin6, haakte haar zorgvuldig aan, legde haar op een grooten houtspaander, wikkelde mijn snoer er omheen en liet dien stroomaf drijven, terwijl het snoer zachtjes naar achteren afwikkelde bij ’t wegdrijven. Toen hij de draaikolk bereikt had, beurde ik het tipje van mijn hengel op; het snoer ging strak staan; de roodvin sprong overboord en een forel van twee pond, die zeker dacht dat het kleine ding verscholen had gezeten onder den spaander, dook op en slikte het in. Dat was de eenige die ik ving. Haar worsteling had het diepe water in beroering gebracht en de andere forellen gaven verder niet meer om roodvinnen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings