← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 1 — VIII.

Reading edition

De „bapoejoe” is een visch1, die in uiterlijk en ook in grootte veel van onze baarsjes heeft; alleen mist hij de scherpe rugvinnen, maar is even lekker als deze. Die visch is van zeer gezelligen aard en trekt in vrij groote scharen over het overstroomde land. Wordt hij door de ingevallen eb verrast, en blijft hij op het droge, dan trekt hij, door zijn instinct geleid, al springende door den modder naar de naastbijgelegen soengei, om daar zijn element weer op te zoeken. Hij kan zoo dagen lang buiten het water vertoeven en het is wezenlijk een verrassend gezicht, soms honderden van die visschen, in een bepaalde richting door den modder te zien spartelen en hunne reis vervolgen, niettegenstaande de menigvuldige hinderpalen, die zoo’n moerassig bosch hun oplevert.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings