Note 3 — VII.
Reading edition
De Troessan is een natuurlijk verbindingskanaal tusschen de kleine Dajak en de Kahajan-rivieren. In dat kanaal monden vele soengei’s (riviertjes) uit en stellen zelfs gemeenschap met de zee daar. Door de lage gesteldheid des lands vormen die soengei’s een’ waren doolhof van waterwegen, die weer naar de Kahajan of Kapoeas leiden. De Troessan heeft aan de zijde der kleine Dajak een breedte van ongeveer 100 M. Deze breedte behoudt zij langen tijd, doch de Kahajan naderende, splitst zij zich bij een uitermate zwaren boom „bindjai” genaamd, in twee smalle takken, waarvan de noordelijkste geheel verzand is en de andere een ondiep, smal en kronkelend vaarwater oplevert. ↑