Note 5 — VII.
Reading edition
„Volstrekt niet. De kop van den Kolonel Georg Müller, die in 1825 op een wetenschappelijken tocht dwars door het eiland van het oosten naar het westen, vermoord werd, wordt nog bij den stam der Olo Ot Panganen, aan de boven Kapoeas Bohong, die we te passeeren hebben, als een reliquie bewaard. Die kop is voor geen schatten te erlangen. De koppen van de Europeanen van de „Onrust”, je weet wel, dat stoomschip, dat in 1859 in de Doesson door de Dajaks is afgeloopen, zijn allen nagenoeg tegen gezegden prijs aan de omliggende stammen verschacherd. Dien van den kommandant der boot hebben ze, na hem van de vleeschdeelen ontdaan te hebben, met droge katjangboonen gevuld en daarna in ’t water gelegd. De boonen zijn gezwollen en hebben den schedel langs de naden in een groote menigte fragmenten uit elkander doen barsten. Het kleinste stukje is voor tweehonderd realen5 van de hand gezet.”