← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 4 — V.

Reading edition

Tot die slotsom gekomen, stond het weldra vast, dat zij deserteeren moesten. Dat besluit was echter gemakkelijker genomen dan uitgevoerd. Zij zaten nog al ver in het binnenland van Borneo, dat grootste aller eilanden, omringd door woeste wilde stammen, die een menschenleven net zooveel tellen, als dat van een der duizenden muskieten, die in hunne moerassige wouden gonzen, die allen koppensnellers in hun hart zijn en aan het bezit van een Europeeschen schedel zeer groote waarde hechten en waarvan velen nog van meening zijn, dat menschenhersens als hoofdschotel op iedere feesttafel tegenwoordig moeten zijn. Zij zaten op dat Borneo, waarvan het grootste gedeelte der kustlijnen in de macht was der Nederlanders, die ongetwijfeld wel alle krachten zouden inspannen om de vluchtelingen te achterhalen, al ware het maar om het verleidelijke van het voorbeeld te fnuiken. De naastbijzijnde kust, zijnde de zuidkust, grensde aan de Java-zee. Bij den bestaanden oorlogstoestand was die geblokkeerd en zwierven daar stoomschepen, kruisbooten en gewapende barkassen overal rond. Hetzelfde kon gezegd worden van de oostkust, die aan straat Makasser, en van de westkust, die aan de Chineesche zee paalt. Overal ontwikkelden de Hollanders de grootste waakzaamheid om den invoer van oorlogscontrabande tegen te gaan. Alleen de noordkust stond open, om de goede reden dat langs die kust, die zich nagenoeg 200 geographische mijlen ver van kaap Datoe in noordwestelijke richting uitstrekt, de Nederlanders niets te zeggen hebben. Langs die kust wonen altemaal onafhankelijke stammen, waarvan een zich een Engelschman tot radja gekozen heeft en alzoo onder Britsch protektoraat staat. Maar om die noordkust te bereiken, moest geheel Borneo van het zuiden naar het noorden doorgetrokken worden; de weg zou onvermijdelijk door streken leiden, nimmer door een Europeeschen voet betreden, waarbij de vluchtelingen noodwendig in aanraking zouden komen met volkstammen, die alleen door een vrij onvolmaakte gelijkenis met den mensch van het dier verschillen, in leelijkheid bij den Waw-waw en den Orang-oetan4 ten achteren staan en door dat alles zooveel levende bewijzen voor de stelling van Darwin opleveren. Daarbij zou het er op aankomen die noordkust in de onmiddellijke nabijheid van Sarawak, het gebied van James Brooke, den bovenbedoelden Engelschman, te bereiken; daar zij, op ieder ander punt aankomende, het vreeselijkste lot zouden te gemoet gaan, dewijl de daar wonende stammen niet in gebreke zouden blijven, hen gevangen te nemen en hen aan de Solorsche zeeroovers te verkoopen. Harde slavernij zou dan hun lot zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings