Note 3 — V.
Reading edition
Zoo kwamen dan Wienersdorf en Schlickeisen te midden dier ontevreden slachtoffers terecht. Hoewel zij voor hun persoon niet te klagen hadden en hunne vooruitzichten gunstig stonden, konden zij toch het oor niet sluiten voor de klachten hunner landslieden, die—zij moesten het erkennen—vreeselijk bedrogen waren. Aanvankelijk hielden zij zich op een afstand en vergenoegden zich slechts raad te geven, die, ware hij gevolgd geworden, veel onheil zoude voorkomen hebben. Maar te midden dier Indische maatschappij, die hen uitstiet, geen ander toevluchtsoord hebbende dan de kantine en de kazerne, was hunne voortdurende aanraking met de ontevredenen onvermijdelijk. Van nabij zagen zij de ellende der ongelukkige bedrogenen; zij zagen de slachtoffers van slechte voeding en van slechte behandeling overslaan tot uitspattingen, om eindelijk ten gevolge van die uitspattingen te krommen onder de rietslagen, die met Nederlandsche vrijgevigheid toegeteld werden op dat lichaamsdeel, waar de rug een anderen naam erlangt, zonder dat de machthebbenden ook maar het minste verrichtten, om in den toestand der ongelukkigen verandering te brengen of de hoofdoorzaak der uitspattingen, zijnde de vrije verkoop van sagoeweer3 aan alle hoeken der straten, weg te nemen.