← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 2 — IV.

Reading edition

Van de zendelingen en hunne gezinnen, die daar gevestigd waren geweest, was slechts eene vrouw aan het bloedbad ontkomen. Waarom die gespaard werd, is nimmer bekend geworden. Zij was op meer dan middelbaren leeftijd en had daarbij nimmer op lichamelijke schoonheid kunnen bogen, waarom niet aangenomen kan worden, dat zij eenigen hartstocht zou hebben ingeboezemd. Hoe het ook zij, door tusschenkomst van een invloedrijken Dajak, Bapa Kotong geheeten, en diens ouderen broeder, den lateren Tomonggong Singa Nagara, werd haar het leven geschonken. Maar haar lot was daarom niet minder treurig en haar toestand uiterst onzeker. Nog voor dat al hare metgezellen en gezellinnen onder hare oogen op de meest wreedaardige wijze waren omhals gebracht, werd zij van al de kleederen, die zij aan ’t lijf had, beroofd en lieten haar de onverlaten slechts een gescheurd vrouwenhemd behouden, om hare naaktheid te bedekken. Dat hemd werd daarenboven nog in het laatste oogenblik gedrenkt door het bloed van haren echtgenoot, op wiens vreeselijk mishandeld lichaam zij zich in haar wanhoop bij zijn doodstrijd geworpen had. Toen alles afgeloopen was, had men haar in een rijsthok opgesloten, van waar zij de feestvreugde kon waarnemen, die op de moordpartij volgde en volgens Dajaksche gewoonte vele dagen moest duren. Van tijd tot tijd werd haar een handjevol droog gekookte rijst met een klapperdop vol water verstrekt, om haar ellendig bestaan te rekken. Wat men met haar voorhad, is nimmer aan ’t licht gekomen; veel goeds zeker niet; want, had men haar gespaard, om haar het leven te redden en haar aan hare landgenooten terug te geven, dan ware zij liefderijker behandeld geworden.2

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings