Note 1 — XXXIII.
Reading edition
Nu ging de reis de soengei Miri op, die nog gedurende twee dagen opgevaren kon worden. Maar toen werd die rivier zoo onbeduidend door haar geringe watercapaciteit, dat gedurende de laatste uren met de grootste moeite voortgesjouwd werd. Eindelijk bij het vallen van den avond op den tweeden dag, bereikte men een plek, Njakatan1 genaamd, alwaar aangelegd werd; verder kon ook onmogelijk gevaren worden, dewijl de Miri daar ter plaatse een vervaarlijke Kiham met groot verval vormde, waartegen wegens gebrek aan water niet op te werken was. Daar werd ontscheept en het bivouak betrokken, terwijl verder alles in gereedheid gebracht werd, om des anderen daags de reis te vervolgen.