Note 4 — XXIX.
Reading edition
Toen onze vrienden kotta Oepon Batoe verder opnamen, vonden zij onder de hoofdgebouwen veertig karandah’s, in ieder waarvan een menschelijk wezen opgesloten was. Zij vernamen alsnu, dat Tomonggong Toendan, het kottahoofd, kortelings overleden was, en dat die ongelukkigen bestemd waren, om bij zijn lijkfeest geslacht te worden4. De gekwetste Doessonners werden ook bijeengebracht. Die zouden den volgenden morgen den vreeselijken marteldood ondergaan, om de gesneuvelde helden der bezetting, die dan verbrand zouden worden, tot escorte in het zielenland te dienen. Overigens herhaalde zich ook hier de afschuwelijke schedeloogst van de gesneuvelde vijanden en de walgelijke tooneelen, die daarmede gepaard gingen.