Note 4 — XXIII.
Reading edition
Zie over de zielen der dingen de noot op bladz. 51 van dit deel. Het goud evenwel heeft een afzonderlijke ziel „sarok boelau” genaamd, die bij het metaal blijft, zoolang het niet door den mensch bemachtigd is. Zoodra het in het bezit van den mensch is, verhuist de „sarok,” maar tracht zich dan te wreken, hetgeen voorkomen kan worden door eenige formaliteiten in acht te nemen, waardoor die wraak geen vat heeft. ↑