Note 3 — XXII.
Reading edition
Tot de voorbereidingen tot die vischvangst behoorde de inzameling van een aanzienlijke hoeveelheid wortels van den „tobah”-struik3. Daar er nog al moerasachtige plekken tusschen de omringende heuvels van kotta Djankang aangetroffen worden, baarde die inzameling niet veel moeite en was zij al zeer spoedig geschied. De ingezamelde wortels werden toen in verscheidene djoekoengs met overvloedig water geweekt en daarna met platte stukken hout zoolang geklopt, totdat het water in de djoekoengs een melkwitte kleur verkregen had. De uitgeweekte wortelvezels werden toen verwijderd en het vocht behoorlijk afgeschuimd, waarna wat levende kalk en een vrij sterk aftreksel van tabak daarin gemengd werd. Men had toen zoo wat een zestal djoekoengs met tobahwater gevuld.