← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 2 — XXII.

Reading edition

Voedingsmiddelen waren in overvloed voorhanden, dat wil zeggen, men had rijst in voldoende hoeveelheid; ook had men een goede provisie „koedjang”2, lombok en andere toespijzen. Alleen in vleeschspijzen was men niet ruim gesorteerd. Het gezouten vleesch en spek, door de deserteurs aangevoerd, waren nog slechts voor een klein gedeelte aanwezig, dewijl de Dajaks zich daaraan als aan een délicatesse hadden te goed gedaan. Amai Kotong en Harimaoung Boekit verzekerden evenwel, dat op hun reis geen dierlijk voedsel zou ontbreken; de vrienden zouden meer dan eens in de gelegenheid komen om met hun juist schot een hert neer te leggen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings