Note 11 — XVIII.
Reading edition
Na deze verklaring nam de lieve maagd geen enkel oogenblik van beraad, maar verklaarde vrijmoedig dat zij met den tapih ook hare straks gesproken woorden terugnam en dat, nu haar broeder, de eenige verwant, dien zij te kotta Djankang had, geen beletselen opwierp, zij gereed was Dohong’s levensgezellin te worden en lief en leed met hem te deelen. Zij verzocht haren broeder alles in gereedheid te brengen om zoo spoedig mogelijk het „blako ontong” te vieren, waarbij den Radja balawang boelau11 alle heil en voorspoed op haar huwelijksbed zoude afgesmeekt worden.