Note 4 — XVIII.
Reading edition
Toen zij vastgebonden was, trad Harimaoung Boekit op Wienersdorf toe, bracht hem op de bloote borst een lichte snede met zijn „poeai” toe en ving het bloed, dat uit de wonde vloot, in een glas op. Hij bracht zich daarna ook een lichte verwonding toe, liet zijn bloed bij dat van den Zwitser droppelen en vulde het glas verder met toeak. Vervolgens hief hij het bloedige mengsel in de hoogte en sprak een vreeselijke vervloeking over zichzelven uit, indien hij den broederband, dien hij op het punt stond te bevestigen, zoude verbreken. Hij riep Mahatara, al de Sangiangs, al de Karriouws, Pampahileps, Antoeëns enz.4 tot getuigen aan van zijn broederlijke genegenheid jegens den redder zijns levens. Hij smeekte hen, hem de afgrijselijkste straffen en martelingen te doen ondergaan, zoo hij die toegenegenheid mocht ontrouw worden, en eindigde zijn toespraak met het glas, dat hij steeds in de hand gehouden had, in een teug tot op de helft te ledigen, waarna hij het Wienersdorf aanbood, die onder het prevelen van eenige onverstaanbare woorden en van walging kokhalzende, het restantje inzwolg.