Note 2 — XVIII.
Reading edition
Toen de zon zoo omstreeks de helft harer baan nabij was, kwam Indoe Kotong, de vrouw van het kottahoofd, berichten, dat zij met het feestmaal gereed was en dat de plechtigheid dus een aanvang kon nemen. Amai Kotong verzamelde hierop de mannelijke bewoners van kotta Djankang, zijne echtgenoot schaarde de vrouwen en meisjes om zich heen en Harimaoung Boekit begaf zich tot onze vier deserteurs, die een oogenblik bij elkander gezeten waren om van den verrichten arbeid uit te rusten, en terwijl hij Wienersdorf onder den arm greep, noodigde hij de anderen uit om de plechtigheid van den verzoeningseed bij te wonen. De Europeanen hadden evenwel met elkander afgesproken, dat een hunner gedurende de feestelijkheden waakzaam zoude blijven, en daartoe was La Cueille aangewezen, die dan ook dadelijk opstond en zich naar het geblindeerde schildwachthuisje begaf om het omliggende terrein in het oog te houden. Wienersdorf en Harimaoung Boekit traden te midden van een zestal jongelingen, die met sawangtakken2 in de hand een soort van eerewacht voor de twee helden van het feest vormden. Johannes en Schlickeisen volgden onmiddellijk.