← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 6 — XVII.

Reading edition

In dien tusschentijd had ook Johannes zijn taak volbracht. Hij had de proviand onder dak gebracht en daarbij eens in oogenschouw genomen, welke hulpmiddelen kotta Djankang zoo al opleverde. Die inspectie had zeer bevredigende uitkomsten opgeleverd. Niet alleen was er rijkelijk rijst van den jongsten oogst voorhanden, maar ook een groote voorraad poendang6, terwijl verder nog twee verbazend groote herten, welker lichamen nog warm en dus geheel versch bevonden werden en die dan ook eerst in den namiddag van dien zelfden dag gestrikt waren, werden aangetroffen. Bovendien waren nog een twintigtal varkens en een groote menigte kippen, eenden en ganzen aanwezig, die knorrende, kakelende en kwakende, maar overigens in de grootste eendracht onder de gebouwen leefden. Over dat bevind van zaken innig tevreden, spoedde de opperbevelhebber zich naar buiten aan het hoofd van een sterken troep Dajaks met den mandauw in de vuist, om het omliggend terrein van allang-allang7 en struikgewas, waarachter een vijand de versterking onzichtbaar zoude kunnen bekruipen, te zuiveren en de trap, die langs de steile oeverhelling toegang tot de rivier verleende, in te halen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings