← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 3 — XVII.

Reading edition

Met gejuich werd die kreet van „vooruit” beantwoord. De rangkan werd op sleeptouw genomen, de prauw van haar tentdak ontdaan. De gezellen van Harimaoung Boekit namen plaats in het groote vaartuig en werden verdeeld tusschen de roeiers en nu ging het vooruit als de wind, onder den drang van die vier en veertig pagaaien, die met kracht gehanteerd werden. De prauw kraakte in hare binten, maar hield zich uitmuntend. Een witte schuimgolf krulde voor haar boeg, brak ter weerszijden af en vormde achter den steven een onafzienbare aaneenschakeling van wilde draaikolken, die zich eerst achter den jongst voorbijgeschoten hoek voor het oog verloren. Het vaartuig schoot met groote snelheid vooruit en, zoo voortgestuwd, kon het met de snelstvarende stoomboot wedijveren. Bij dien wedstrijd beijverden de Poenans zich niet het minst. Volgens hunne gewoonte stonden zij in de prauw, waardoor zij met hunne beseai’s, van lange stelen voorzien, tusschen de anderen, die gezeten waren, konden roeien zonder iemand te hinderen en toch de noodige kracht aanwenden. Het waren prachtige kerels, die koppensnellers, met flinke breede borstkassen en stevig gespierde armen. Zij waren in vollen oorlogstooi gedost, hadden de muts van apenvel, met twee lange tingang-vederen3 versierd, op het hoofd en den maliënkolder aan, die over een dik buisje van geklopte boomschors geslagen was. Beide kleedingstukken waren van voren open en lieten het fraai getatouëerde bovenlijf zien, dat zulke fijne figuren op de huid vertoonde, alsof zij met het penseel er op gebracht waren. Hunne schilden, met de meest grillige arabesken beschilderd, waren overeind tegen hunne lichamen geplaatst, zoodat zij hunne beenen en buik dekten, terwijl de geduchte mandauw, van een menigte haarlokken voorzien, fier aan hunne zijde prijkte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings