Note 2 — XIV.
Reading edition
„Op de schets die ik gaf, maken zeer weinigen uitzondering. Er zijn zeer weinig welgestelde Dajaks en bij den rijkdom hunner bosschen mag dat wel als bewijs voor mijn beweren gelden. Zie hunne woningen, die de ellendigste en afzichtelijkste krotten der wereld zijn; zie hunne kleeding, die, als de Dajak gekleed is, uit akelige, vuile en smerige vodden bestaat, nog meerendeels uit boombast geklopt2, ter nauwernood aan de oorspronkelijke dierenhuid gelijk. Ge zult dat in de bovenlanden nog beter kunnen opmerken.”