Note 1 — XIII.
Reading edition
Wanneer het vocht behoorlijk behandeld1 en verdikt is, wordt het nog warm in een steenen kannetje of potje gegoten, waarin het spoedig stolt. Dit kannetje wordt door de Dajaks der bovenlanden overal medegenomen en is bevestigd aan den buikband van zijn mandauw. Dit potje wordt slechts even verwarmd, waarna het voldoende is de pijlpunten in de vloeibare zelfstandigheid te doopen en deze te laten afdroppelen. Die punten zijn dan met een dun laagje getah overdekt, dat spoedig stolt.